Diverse soorten hamers

Verschillende toepassingen vragen om verschillende hamers. Een hamer wordt in het algemeen onderscheiden naar gewicht, steellengte, vorm en materiaal van de kop. Het platte slagvlak van de kop wordt bij hamers aangeduid als 'baan' en het wigvormig toelopende deel van de kop als de 'vin' of 'pin'.

Vuisthamer: heeft een gehard slagvlak en is een veelzijdig te gebruiken stuk handgereedschap.

Rubberen hamer: heeft een kop van een hard rubber en dient voor het vastslaan van kwetsbare materialen of onderdelen (bijvoorbeeld tegels).

Lathamer: wordt gebruikt in de houtbouw, vandaar wordt hij ook wel timmermanshamer genoemd. De hamerkop heeft een spits toelopende vin en kan zo in hout worden geslagen om bij moeilijk werk beide handen vrij te hebben. Daarnaast heeft de lathamer een spijkertrekker in de kop.

Kaphamer: dient om stenen in vorm te slaan. Daarom hebben kaphamers een scherpe, horizontale rand aan het achterste deel van de kop.

Bankhamer: is de klassieker onder de hamers, verkrijgbaar met verschillende gewichten van de hamerkop. De baan is vierkant gevormd, de vin is naar de steel afgerond. Monteurshamers voldoen aan de DIN 1041.

Schrijnwerkershamer: heeft een stalen kop, een naar beneden verschoven en uitstekende vin en een rechthoekige baan. De grootte van de hamer wordt niet bepaald door het gewicht van de kop, maar door de lengte van de rand van de baan (in mm), volgens de DIN 5109.

Kloofhamer: ziet er uit als een aks maar is dat niet, wel dient hij in de eerste plaats voor het kloven van hout. De achterkant van de kop is plat en de snede heeft een stompere hoek dan een bijl (30°). Daardoor kan hout sneller worden gekloofd.

Moker: lijkt op de vuisthamer, maar heeft een andere vorm van de kop en een langer handvat. Mokers hebben een grote slagkracht en worden daarom gebruikt bij sloopwerkzaamheden en het inslaan van pinnen en dikke spijkers.

Projecten die ook interessant kunnen zijn