Van de talrijke bloemen die de aarde versieren behoren de tropische orchideeën zonder twijfel tot de allermooiste! Hun onvergelijkbare kleuren, sierlijke en fantastische vormen maar ook het formaat en verscheidenheid zorgen voor verbazing en bewondering. Het is dan ook geen wonder dat orchideeën behoren tot de meest populaire kamerplanten en er echte fanclubs bestaan onder deze plantenliefhebbers. Hier lees je alles wat je over de verzorging van orchideeën moet weten!

Orchideeëngeslachten en hun eigenschappen

Welke orchideeëngeslachten heb jij thuis staan? Bekijk de orchideeënsoort en de verzorgingstips hieronder!

  • Cymbidium orchidee | HORNBACH

    Cymbidium

  • Oncidium orchidee | HORNBACH

    Oncidium

  • Vanda orchidee | HORNBACH

    Vanda

  • Phalaenopsis orchidee | HORNBACH

    Phalaenopsis

  • Dendrobium Phalaenopsis groep (hybride) orchidee | HORNBACH

    Dendrobium Phalaenopsis groep (hybride)

  • Zygopetalum orchidee | HORNBACH

    Zygopetalum

  • Miltonia orchidee | HORNBACH

    Miltonia

  • Paphiopedilum orchidee | HORNBACH

    Paphiopedilum

  • Ludisia orchidee | HORNBACH

    Ludsia

  • Masdavallia (Dracula orchidee) | HORNBACH

    Masdavallia (Dracula orchidee)

  • Vuylstekeara orchidee | HORNBACH

    Vuylstekeara

  • Cattleya orchidee | HORNBACH

    Cattleya

van
Cymbidium orchidee | HORNBACH

Herkomst:
Birma, Thailand, India, Nepal, Vietnam

Temperatuurbereik/klimaat:
De groep houdt van wisselende temperaturen. In de zomer en herfst moeten de planten ’s nachts een beetje afgekoeld worden, zodat ze in de herfst of winter tot bloei komen.

  • Zomer: 30-15 °C;
  • Winter: overdag: 15-18 °C ’s nachts: 15-10 °C

Vooral nadat de eerste knoppen tevoorschijn komen, mag de orchidee niet te warm staan. Grote temperatuurschommelingen zijn eveneens niet gewenst, anders kunnen de knoppen eraf vallen.

Luchtvochtigheid:
60-80% is ideaal, bij een te lage luchtvochtigheid verschijnen er spintmijten. Het geslacht heeft veel frisse lucht nodig en houdt van een een ochtendbesproeiing in de zomer.

Water geven:
Tijdens de groei moet er veel water gegeven worden, de grond mag alleen droog zijn voordat er weer water gegeven wordt. In de winter moet hij afhankelijk van de temperatuur water krijgen. Dat betekent minder water tot de temperatuur weer stijgt, maar ook in de winter mag de plant nooit helemaal uitdrogen.

Bemesting:
Cymbidiums hebben erg veel mest nodig als je het vergelijkt met met andere geslachten. Daarom moet je tijdens de groei om de 14 dagen met de voor orchideeën gebruikelijke concentratie bemesten. Grote, sterke planten verdragen zelfs een bepaalde hoeveelheid Blaukorn, die in de lente op het substraat gestrooid wordt. Soms groeien de planten ook in de winter langzaam verder. Is dit het geval, dan moet er ook in deze periode licht bemest worden.

Rustperiode:
De groep heeft geen rustperiode in traditionele zin. Nieuwe scheuten groeien vaak samen met de bloemen. Belangrijk is de al eerder genoemde nachtelijke temperatuurdaling met ca. 8-12 °C voor de bloemvorming.

Licht:
Deze soort heeft veel licht nodig, maar verdraagt net zoals de meeste orchideeën in de zomer geen direct zonlicht.

Bloeitijd:
De bloeitijd begint in de herfst en duurt tot het voorjaar.

Verpotten:
Cymbidiums houden van nauwe potten. Verpotten is pas nodig als de nieuwe scheuten over de rand van de pot groeien of de pot openbarst. Dan is het meestal voldoende om het oude substraat een beetje te verwijderen, de plant in een nieuwe pot te zetten en te vullen met nieuw substraat. Bij het verpotten kunnen knollen zonder bladeren verwijderd en zeer grote planten gedeeld worden. Moet er een grote pot gebruikt worden, dan wordt er aanbevolen om een drainage van kleikorrels op de bodem van de pot te vormen.

Is een zomerverblijf in de tuin mogelijk?
Een zomerverblijf is zelfs erg belangrijk voor het geslacht, want buiten is de nachtelijke temperatuurdaling erg groot. In de natuur worden Cymbidiums in de zomer blootgesteld aan temperatuurschommelingen tot wel 23 °C.

Bijzonderheden:
Cymbidiums zijn erg bekend als snijbloemen. Soms zijn de aangeboden pot-Cymbidiums afgekeurde planten die als “snijbloemen-producenten” niet meer genoeg opbrachten. Je kan bloeiende Cymbidiums het beste kopen in de late herfst en winter. Bij Cymbidiums die in een ander jaargetijde bloeien, is de voor de bloei-inductie benodigde temperatuurdaling in huis moeilijk in acht te nemen. Dan kan het een paar jaar duren tot de plant zich aangepast heeft en weer bloeit. Als je een Cymbidium bloeiend in de winter hebt gekocht en komt de plant de volgende jaren niet tot bloei, dan kan dit ook een andere reden hebben: grote moederplanten worden voor de verkoop gedeeld. Deze deelstukken bloeien dan weliswaar nog een keer maar als reactie op de deling kan de bloei dan onder niet zulke ideale omstandigheden een paar jaar uitblijven tot de plant weer een flinke grootte bereikt heeft. Ook een verregende zomer kan een reden zijn voor een jaar zonder bloei. Je moet erop letten dat ook de als mini-Cymbidium omschreven planten vrij groot worden. Ze zijn daarom de ideale orchidee voor de serre. Enkele natuurvormen vormen hangende bloemtrossen en worden daarom in een hangende pot behouden.

Ongedierte en ziekten:
De schildluis hecht zich graag in het midden van het blad. Ze kunnen zich probleemloos verstoppen tussen de schutbladeren van de knollen. Spintmijten tasten de onderkant van de bladeren aan, vooral als de luchtvochtigheid laag is.

Oncidium orchidee | HORNBACH

Temperatuur:
Oncidium-soorten zijn er voor ieder temperatuurbereik. Daarom is het belangrijk om bij de aanschaf te informeren naar de temperatuurbehoeften van de plant. Over het algemeen kan je de soorten in twee groepen indelen.

  • Groep 1: Oncidium voor de koele omgeving:
    Zomer: 25-15 °C Winter: 18-12 °C
    De bekendste vertegenwoordiger van deze groep is de soort O. ornithorhynchum.
  • Groep 2: soorten die in een warme omgeving groeien:
    Zomer: 27-18 °C
    Winter: 20-17 °C
    In deze groep vallen de meeste Oncidium-soorten. Ook de in de handel vaak aangeboden “Odontocidium Susan Kaufmann”-hybriden voelen zich prettig bij deze temperaturen.

Luchtvochtigheid:
40 - 70 %

Water geven:
De hoeveelheid water moet aangepast worden aan de temperatuur. Daarbij geldt: er moet altijd veel water gegeven worden als de kluit bijna uitgedroogd is, het water mag zich niet ophopen.

Bemesten:
Veel tijdens de groei (bij elke derde keer water geven met een voor orchideeën gebruikelijke concentratie. In de winter geldt dit maar 3 keer in totaal).

Rustperiode:
Oncidium ornithorhynchum en andere vertegenwoordigers van de eerste temperatuurgroep hebben na de vorming van de bollen absoluut de hierboven beschreven daling van de temperatuur nodig, Oncidium-soorten van de tweede temperatuurgroep moeten doorgecultiveerd worden.

Licht:
Alle Oncidium-soorten hebben veel licht nodig. Ze hebben een raam op het westen of oosten nodig. In de zomer moet erop gelet worden dat de planten geen directe middagzon op zich krijgen. In de winter vallen bij gebrek aan licht de bloemen eraf.

Bloeitijd:
In dit geslacht zitten vele soorten die bloeien tijdens heel verschillende jaargetijden.

Verpotten:
De lente is de beste tijd hiervoor.

Is een zomerverblijf in de tuin mogelijk?

  • Groep 1: ze moeten van mei - oktober op een beschutte plek in de tuin staan. Daar is de temperatuur het beste.
  • Groep 2: een zomerverblijf in de tuin is mogelijk maar niet noodzakelijk. Er moet altijd een plek half in de schaduw gekozen worden.

Bijzonderheden:
De “Susan Kaufmann”-hybriden groeien en bloeien meestal niet in een jaarritme, d.w.z. ze bloeien en groeien in verschillende jaargetijden. O. ornithorhynchum en vele van haar kruisingen vullen iedere ruimte tijdens de bloei met een aangename vanillegeur.

Speciaal:
Psycopsis: dit kleine geslacht is voortgekomen uit de groep van de Oncidium-soorten. Hierbij horen de soorten P. kramerianum en P. papilio. P. kalihis is een hybride van beide soorten. De bloemen van alle drie de orchideeën lijken op een vlinder en verlangen dezelfde verzorging.

De soorten P. papilio en P. kramerianum vormen gedeeltelijk zeer lange bloeiwijzen, hieraan moet men denken bij de aanschaf. P. kalihis bloeit en groeit wat compacter, zeker op de vensterbank een groot voordeel.
Een ander voordeel van de hybride is diens grote bloeigewilligheid. De planten breiden in korte tijd uit en vormen dan telkens een nieuwe tak. In bloei staan de planten, op enkele weken na, het gehele jaar door, natuurlijk met steeds nieuwe bloemen. De bloeiwijzen mag men daarom nooit afsnijden, omdat er ook aan de afgestorven top naar opzij nieuwe stengels gevormd kunnen worden.

Verzorging:
De orchideeën groeien bij warm gematigde omstandigheden (18-25 °C) en het hele jaar door. Ze hebben een zeer lichte standplaats nodig zonder directe middagzon.
Het hele jaar door gelijkmatig water geven, zonder dat het water zich ophoopt. Een bloei-indicatie hebben de soorten niet, ze worden doorgecultiveerd. De kans dat er verrotting ontstaat, is er bij jonge scheuten, omdat het water zich in de half samengevouwen bladeren kan verzamelen. De bloempluimen komen tevoorschijn tijdens de groeiperiode van de nieuwe scheut, aan de nog kleine knol.

Vanda orchidee | HORNBACH

Temperatuurbereik/klimaat:
De soorten van beide geslachten hebben warm gematigde omstandigheden nodig:

  • Zomer: 30-25 °C
  • Winter: 22-17 °C (laagste temperaturen van ca. 13 °C worden in de winter tijdelijk getolereerd)

Luchtvochtigheid:
60 - 90 %

Verpotten:
De geslachten Vanda en Ascocentrum worden meestal zonder substraat gecultiveerd, omdat de wortels erg gevoelig zijn voor verrotting. Zelfs normaal orchideeënsubstraat laat de wortels niet genoeg lucht krijgen. Er zijn wel succesvolle pogingen om grove schors als substraat te gebruiken al is eerder een uitzondering op de regen en is er ook ervaring voor nodig. Stenen worden meestal gebruikt voor het afdekken van de wortels.

Water geven:
Bij de watertoevoer van Vanda en Ascocentrum is er een probleem: om de wortels de maximale frisse lucht te laten krijgen, cultiveert men ze meestal zonder substraat. Daardoor drogen de wortels zeer snel uit. Daarom moeten ze minstens een keer per dag besproeid worden, bij erge hitte vaker. Een keer in de week moeten de wortels 20-30 minuten in een emmer met water gedompeld worden, er mag geen water achterblijven in de bladoksels en het hart (vooral ’s nachts), anders kunnen ze verrotten.
Met water gevulde buisjes, zoals je vaak bij snijbloemen meekrijgt, kan men aan grotere wortels hangen. Daarbij moet men echter voorzichtig te werk gaan: wordt de wortelpunt te stevig ingedrukt dan kan dit leiden tot een groeistop.

Bemesting:
In de zomer moet aan het sproeiwater iedere 1-2 weken de helft van de op de verpakking aangegeven concentratie orchideeënmest toegevoegd worden. In de winter vertraagt de groei vanwege het geringere lichtaanbod. Daarom is het in deze periode voldoende om iedere 3-4 weken te bemesten.

Rustperiode:
Geen.

Licht:
Vanda en Ascocentrum hebben erg veel licht nodig: van eind augustus tot begin juni wordt ook direct zonlicht verdragen. Alleen in de hoogzomer moet de plant wat schaduw hebben. Zonder een hoge lichtdosis worden er geen bloemen gevormd.

Bloeitijd:
De bloeiperiode is het voorjaar en de herfst. De hybriden bloeien het hele jaar door.

Is een zomerverblijf in de tuin mogelijk?
Dit is zeker aan te raden. Zorg wel voor een zonnige en windstille plek die alleen in de middag wat schaduw biedt.

Bijzonderheden:
Na een jaargetijde met weinig licht moet de plant weer langzaam wennen aan de zon, anders kan de plant verbranden.

Ongedierte en ziekten:
Vanda en Ascocentrum worden makkelijk aangetast door schimmels en bacteriën als ze te nat of te koud gehouden worden. Een voorbeeld hiervan is de "Thai disease". Dat zijn schimmels die de vezelstructuur van onder aantasten waardoor de bladeren eraf vallen. Soms vormt de orchidee uit nood nog wortels in het bovenste gedeelte van de plant en kan je een kopstek maken (zie vermeerdering). Anders is de plant niet meer te redden. Een grotere genezingskans is er als er zwarte vlekken op de bladeren zitten.
Vaak worden ook de wortels aangetast. Daarbij wordt er een zwarte laag op de wortels gevormd die na het inweken makkelijk van de wortels gehaald kan worden. In dit geval moeten de kweekomstandigheden verbeterd worden. Tip: een behandeling met kaneel of knoflooksap helpt.

Phalaenopsis orchidee | HORNBACH

Temperatuurbereik/klimaat:
Roze en witte soorten: zomer en winter: 30 - 13 °C
Gekleurde soorten: zomer en winter: 30 - 18 °C

Mochten er geen bloemen meer komen, dan kan dit bestreden worden door een aanzienlijke temperatuurdaling ’s nachts: als de nachttemperatuur 6 weken lang niet boven de 16 °C ligt, wordt er een nieuwe bloemvorming bevorderd. Dit mag je op zijn vroegst 3 weken na de laatste bloei proberen.

Water geven:
Regelmatig, tussen het water geven alleen laten drogen, maar nooit volledig laten uitdrogen. Aan de andere kant mag het water zich niet ophopen. Bij het water geven indien mogelijk handwarm water gebruiken. Het hart van de plant beschermen tegen stilstaand water.
Voordat het donker wordt, moeten de bladeren van de planten droog zijn. Bij temperaturen tussen 19 tot 24 °C en een gemiddelde potmaat is een keer per week veel water geven goed. Het overtollige water moet altijd kunnen weglopen.

Bemesting:
Matig, het hele jaar door maar vooral tijdens de groei (bij elke derde keer water geven, in de winter minder vaak). Dit orchideeëngeslacht is relatief immuun voor mest.

Rustperiode:
In de winter vertraagt de groei, een rustperiode heeft de plant niet.

Licht:
Een Phalaenopsis heeft maar weinig licht nodig, maar in het donker staan is niet goed. Ramen op het noorden met veel lichtinval komen ook in aanmerking, ze mogen niet verduisterd worden door bijv. een boom. De planten zijn erg gevoelig voor direct zonlicht in de middag. Dan vormen zich bruine, verbrande vlekken op de bladeren. Bij ramen op het zuiden moeten ze dus wat schaduw hebben, bijv. van een andere grote plant.

Bloeitijd:
Herfst tot voorjaar (hybride ook het hele jaar door).

Verpotten:
Het vroege voorjaar (eventuele ook na de bloei) is de beste tijd. Je moet niet verpotten als de plant net met de groei begint (als bijv. een nieuw blad nog erg klein is). De groei van het nieuwe blad kan dan stoppen, of zelfs helemaal afbreken.

Is een zomerverblijf in de tuin mogelijk?
Nee, dit wordt niet aanbevolen. Bijzonderheden: bij vele soorten/hybriden vormen zich na de eerste bloei vertakkingen met verlengingen op de oude bloeiwijze. Daarom moet je deze altijd pas afsnijden als ze uitdrogen. De meeste soorten en kruisingen van het geslacht Phalaenopsis zijn uiterst makkelijk en worden daarom gezien als orchidee voor beginners.

Ongedierte en ziekten:
Vijand nr. 1 voor de hier beschreven geslachten zijn de wol- en schildluizen. De relatief dikke bladeren zijn voor dit ongedierte geen probleem.

Dendrobium Phalaenopsis groep (hybride) orchidee | HORNBACH

Temperatuurbereik/klimaat:
De groep moet warm gecultiveerd worden. Juist in de winter mogen de planten niet te koud staan:

  • Zomer: 28 - 20 °C
  • Winter: 20 - 18 °C
  • Herfst: de temperatuur moet ’s nachts 5 °C dalen.

Luchtvochtigheid:
Niet erg veeleisend, 40 - 60 % is voldoende.

Water geven:
Tijdens de groei moet er veel water gegeven worden, het substraat moet je daarna laten drogen. Ook als de groei beëindigd is, moet er nog steeds wat water gegeven worden. De hoeveelheid water moet steeds aan de temperatuur aangepast worden, het water mag zich nooit ophopen.

Bemesting:
Tot de bloei moet eens per drie keer bij het water geven ook bemest worden. De gebruikte mest moet sterk verdund worden, omdat de wortels erg zoutgevoelig zijn. Na de bloei en in de winter hoef je niet meer te bemesten.

Rustperiode:
De groep houdt geen uitgesproken rustperiode. Na de groei (vanaf einde augustus) moet de nachtelijke temperatuurdaling bij ca. 5 °C liggen want dit bevordert de bloemvorming. Er moet wel nog steeds water gegeven worden zoals voorheen.

Licht:
De soort moet op een lichte plek staan maar heeft ook genoeg aan weinig licht.

Bloeitijd:
De bloeitijd begint in de herfst en duurt tot het voorjaar. De meeste hybriden zijn planten die erg lang bloeien.

Verpotten:
Het begin van de groei is de beste tijd hiervoor.

Is een zomerverblijf in de tuin mogelijk?
Nee.

Bijzonderheden:
Hybriden van de Dendrobium phalaenopsis-groep (bijv. Dendrobium Emma) zijn makkelijk te cultiveren, dus ook goed geschikt voor beginners. De pure soort is echter wat kieskeurig en vereist enige ervaring met de omgang met orchideeën.

Ongedierte en ziekten:
Soms komen er spintmijten of schildluizen voor op de bladeren.

Zygopetalum orchidee | HORNBACH

Herkomst:
Zuid-Amerika (Brazilië, Paraguay, Peru, Bolivia)

Temperatuurbereik/klimaat:
De soorten groeien bij gematigde of koel gematigde omstandigheden en zijn zeer flexibel wat de temperatuur betreft:

  • Zomer: 15-28 °C
  • Winter: 12-20 °C

Bij te hoge temperaturen in de zomer kan het gebeuren dat de nieuwe scheuten hun groei staken. Deze groeien gelukkig probleemloos verder als het weer kouder wordt.

Luchtvochtigheid:
50 - 80 %

Water geven:
Het substraat tussen het water geven nooit laten uitdrogen, tevens er mag geen water ophopen. In de winter moet de hoeveelheid water gereduceerd worden, maar ook dan mag de plant nooit helemaal uitdrogen.

Bemesting:
Tijdens de groei flink: ieder 14 dagen met orchideeënmest. Met het einde van de groeiperiode moet de hoeveelheid mest sterk gereduceerd worden.

Licht:
De lichtbehoefte bij veel Zygopetalum-soorten is wat lager dan bij de gemiddelde orchidee. Daarom zijn ramen op het oosten en westen geschikt, maar ook ramen op het noorden met veel lichtinval.

Bloeitijd:
De meeste soorten groeien in de herfst en winter, de bloem komt vaak uit de nieuwe scheut voordat deze uitgegroeid is. Na de bloei groeien eerst de scheuten verder en ontwikkelen dan de knollen. In veel gevallen verschijnt de bloeiwijze zelfs samen met de nieuwe scheut.

Verpotten:
De beste tijd is het begin van de wortelgroei. Dit versterkt vaak kort na de bloei. Het geslacht vormt vaak vrij dikke wortels. Daarom moet er een pot gekozen worden die groot genoeg is.

Is een zomerverblijf in de tuin mogelijk?
Een verblijf van juni - september op een beschutte plek half in de schaduw is aan te bevelen.

Ongedierte en ziekten:
De bladeren van Zygopetalum-soorten en hybriden neigen tot een schimmelbesmetting, daarom moet er genoeg frisse lucht ter beschikking zijn. Dat is ook de reden waarom je niet direct moet sproeien op de bladeren. Bladverlies en verrotting van de knollen kunnen het gevolg zijn.

Bijzonderheden:
Veel Zygopetalum-soorten ruiken sterk en aangenaam. Bovendien hebben veel soorten van dit geslacht een blauwe lip. De kleur blauw is bij orchideeën erg zeldzaam.

Miltonia orchidee | HORNBACH

Herkomst:
Zuid-Amerika

Temperatuurbereik/klimaat:
Miltonia-soorten groeien bij koel gematigde omstandigheden:

  • Zomer: 17 - 22 °C
  • Winter: 15 - 18 °C

Luchtvochtigheid:
60 - 80 %

Water geven:
Het water geven is bij Miltonia-soorten een beetje gecompliceerd, omdat de plant verzorgingsfouten niet tolereert. Het substraat mag nooit uitdrogen en een ophoping van water leidt onvermijdelijk tot verrotting. Daarom wordt een goede drainage in de bodem van de pot aanbevolen, overtollig water kan zo beter weglopen. In de zomer dus veel water geven en in de winter wat minder. De volgende keer water geven moet plaatsvinden als de pot wat lichter geworden is. Miltonia-soorten reageren erg gevoelig op gietwater op nieuwe scheuten. Deze verrotten snel.

Bemesting:
De wortels van de Miltonia’s zijn erg zoutgevoelig. Tijdens de groei moet je iedere 3-4 weken bemesten met orchideeënmest. Dit moet dubbel zo sterk verdund worden als op de verpakking aangegeven wordt. In de winter moet er helemaal niet bemest worden. De mest mag nooit direct op de wortels gegoten worden.

Rustperiode:
Na afsluiting van de nieuwe scheut de plant wat droger houden, soms duurt het enkele weken tot er een bloem komt.

Licht:
Miltonia’s hebben een lichte standplaats nodig, verdragen echter geen direct zonlicht. Ramen op het oosten en westen zijn geschikt. Bij te sterk zonlicht verkleuren de bladeren, ze worden groengeel tot rood. Er zijn ook soorten die bij een raam op het noorden met veel lichtinval nog genoeg licht krijgen.

Bloeitijd:
Voorjaar en herfst.

Verpotten:
Aan het begin van de groei (vaak in de herfst) kan men Miltonia’s verpotten. Miltonia-soorten mogen in de zomer nooit verpot worden, omdat de hoge temperaturen al genoeg stress veroorzaken. Bij het plaatsen in een nieuwe pot moet erop gelet worden dat de scheuten niet te diep in het substraat steken. Anders kan het water tussen de scheuten lopen wat al snel leidt tot verrotting.

Is een zomerverblijf in de tuin mogelijk?
Van mei tot begin oktober wordt een verblijf in de tuin aangeraden, omdat de vereiste temperaturen hier het beste in acht genomen worden. De plek moet half in de schaduw liggen, direct zonlicht moet dus vermeden worden.

Bijzonderheden:
Iedere afwijking van de ideale omstandigheden leidt bij Miltonia-soorten tot een zogenaamde harmonica groei. De bladeren groeien daarbij gekreukt uit de basis. Deze groei komt tot stand door kleine groeipauzes. Een oplossing hiervoor is alleen het optimaliseren van de kweekomstandigheden, vooral met betrekking tot temperatuur, waterhoeveelheid en luchtvochtigheid. Over het algemeen zijn de hybriden voor de vensterbank beter geschikt dan natuurvormen. Bloemen en gele bladeren moeten verwijderd worden voordat ze op de plant vallen, ander neemt de kans op verrotting toe.

Speciaal:
Miltoniopsis: deze onder de naam Miltonia aangeboden orchideeën, wiens bloemen lijken op een driekleurig viooltje, worden ook wel “Miltoniopsis” genoemd. De oorspronkelijke ouders van deze kruisingen vormen een eigen klein geslacht. Ze willen in principe zoals boven beschreven verzorgd worden. Je moet weten dat temperaturen van meer dan 30 graden voor deze Miltonia-hybriden een kwelling vormen. De ouders komen uit hogere delen van Colombia. In de zomer moeten deze planten koel worden gehouden. 10 tot 14 graden of 14 tot 16 graden is ideaal.

In de winter moet de temperatuur tussen 18 en 20 graden liggen en kan je deze planten goed in de vensterbank zetten. Wie de planten te veel licht geeft, zal een vervelende verrassing wachten. Deze Miltonia-hybriden vinden het prettig om in de schaduw te staan. Ze hebben minder licht nodig dan een Phalaenopsis. Buiten zetten in de zomer is niet nodig. Er kunnen moeilijkheden ontstaan als de nachttemperatuur te sterk daalt.

Het substraat moet absoluut zoutarm zijn. (Fijne wortels) substraatvoorstel: 60 % fijne schors, 20 % turf, 15 % piepschuim vlekken en 5 % kwartszand. Daarbij 3 g calciumcarbonaat, 1 g gips. Bemesten maar 1 x per maand omdat deze planten erg zoutgevoelig zijn. Water geven alleen met zoutarm water en niet te vaak. In de winter alleen in de loop van de morgen, zodat de planten voor de avond weer droog zijn.
Ook hier geldt: uitgebloeide takken op tijd verwijderen. Afvallende bloemen veroorzaken snel verrotting op de gevoelige bladeren. Vaak groeien deze planten op de vensterbank beter dan in een kas.

Ongedierte en ziekten:
De al genoemde harmonicagroei en verrotting zijn de beide hoofdoorzaken voor het verlies van de plant.

Paphiopedilum orchidee | HORNBACH

Herkomst:
Zuidoost-Azië, Filippijnen, Indonesië e.a.

Temperatuurbereik/klimaat:
Bij dit geslacht maakt men onderscheid tussen groepen met verschillende eisen aan de omgevingstemperatuur. Je moet bij de aanschaf dus absoluut informeren naar de temperatuureisen, want de hier genoemde verdeling heeft velel uitzonderingen.

  • Groep 1: soorten met een gevlekt blad met meestal warme omstandigheden Zomer: 20-25 °C
    Winter: 16-22 °C
  • Groep 2: soorten met groene, smalle bladeren met gematigde omstandigheden
    Zomer: dag: 20-22 °C nacht: 19-17 °C
    Winter: dag: 20-23 °C nacht: 16 °C-13 °C
    De daling van de temperatuur is na de afsluiting van de groei belangrijk voor de vorming van bloemen.
  • Groep 3: soorten met meerdere bloemen met warm gematigde omstandigheden Zomer 20-23 °C
    Winter: 18-22 °C
  • Groep 4: puur groene soorten met een breed gebladerte met gematigde omstandigheden
    Zomer: 18-25 °C
    Winter: 16-20 °C

Luchtvochtigheid:
50 - 70 %

Water geven:
Veel water geven, het substraat laten drogen, maar nooit helemaal laten uitdrogen. In de winter voorzichtig water geven. Paphiopedilum worden als ze te nat zijn, makkelijk aangetast door schimmels (vlekken, verrotting). Ook blijft de bloemvorming in het schutblad steken als de soorten te nat gehouden worden. Er mag geen water in de bladoksels en het hart blijven staan. Besproeien met water is alleen belangrijk op zeer hete dagen met een lage luchtvochtigheid. Ook bij deze verzorgingsmaatregel moet erop gelet worden dat er geen water in het “hart” loopt.

Bemesting:
Venusschoentjes worden het hele jaar door bemest: in de zomer is het ideaal om bij elke derde keer water geven te bemesten, in de winter is een keer per maand bemesten voldoende. De concentratie kan daarbij zo gekozen worden als het op de verpakking van de orchideeënmest aangegeven wordt.

Rustperiode:
Groep 1: een daling van de temperatuur, vooral in de nacht, na de afsluiting van de groei is belangrijk voor de vorming van bloemen.
Rest: geen.

Licht:
Ook met betrekking tot licht zijn er verschillende behoeften van de afzonderlijke groepen. Over het algemeen geldt: soorten met een gevlekt blad of meerdere bloemen willen graag op een lichte plek staan, maar zonder direct zonlicht (halfschaduw). Soorten met groene bladeren moeten in de schaduw staan en zitten dus ook goed bij een raam op het noorden.

Bloeitijd:
Herfst en voorjaar, de hybride het hele jaar door.

Verpotten:
De beste tijd om te verpotten is de groeifase. Erg belangrijk is een drainage in de bodem van de pot. Er moet fijn substraat gebruikt worden.

Is een zomerverblijf in de tuin mogelijk?
Alleen soorten met groene bladeren kan men van juni tot augustus in de tuin zetten, ze bloeien dan beter.

Bijzonderheden:
Paphiopedilum groeien in de natuur voor bijna 100 % op de grond. Heb je ondanks de ideale omstandigheden toch problemen met dit geslacht, dan loont het om de pH-waarde van het substraat te controleren. Deze moet tussen 5 en 6,5 liggen. Er voeg regelmatig kalk (in vaste vorm) aan het substraat toe (vooral bij witte soorten), dit bevordert de groei van de gehele plant.
Schelpkalk (kleingemaakte schelpen) is vooral praktisch, omdat het duurzaam is en niet iedere paar weken opnieuw toegevoegd moet worden. De gebruikte schelpen moeten voordat ze gebruikt worden, zeer grondig gewassen worden zodat er geen zeezout meer in zit.

Ongedierte en ziekten:
Soms blijft er een “steken” om de bloei waar te nemen. Er ontstaat gemakkelijk verrotting als er water in het hart van de plant is blijven staan. De bladeren worden bij een gebrek aan frisse licht of een algemene verzwakking gemakkelijk aangetast door schimmels. Bovendien zitten schildluizen graag op de Paphiopedilum.

Ludisia orchidee | HORNBACH

Herkomst:
Zuid-China, Birma, Singapore, India

Temperatuurbereik/klimaat:
Het geslacht is erg flexibel wat de temperatuur betreft. Warme, gematigde en koele omstandigheden worden geaccepteerd. De volgende richtwaarden zijn het meest ideaal:

  • Zomer 18-28 °C
  • Winter: 15-20 °C

Luchtvochtigheid:
60-80% (geringe luchtvochtigheid wordt slechter verdragen).

Water geven:
Het substraat noch in de zomer noch in de winter tussen het water geven helemaal laten uitdrogen, een ophoping van water moet je proberen te vermijden.

Bemesting:
Iedere 2-3 weken met orchideeënmest (halve concentratie), in de winter is een keer per maand bemesten voldoende.

Rustperiode:
Het geslacht wordt het hele jaar gecultiveerd, een rustperiode is er niet.

Licht:
Ludisia verdraagt geen direct zonlicht, omdat de bladeren anders snel verbleken. Een lichte standplaats is echter wel nodig, het beste voor een raam op het oosten of westen.

Bloeitijd:
Winter.

Verpotten:
Er kan het beste verpot worden in de lente. Het geslacht groeit in de natuur terrestrisch (op de grond) en kan zowel in normale potgrond als ook in orchideeënsubstraat gecultiveerd worden. Er wordt aanbevolen om een drainagelaag van kleikorrels te vormen op de bodem van de pot.
Er kan ook beukenbladerencompost gebruikt worden. Je moet bij het verpotten het substraat gebruiken waarin de plant tot nu toe gegroeid is, om de verplaatsing zo makkelijk mogelijk te maken voor de plant.

Is een zomerverblijf in de tuin mogelijk?
Nee.

Bijzonderheden:
Het geslacht Ludisia, waarvan pas één soort bekend is, kan je makkelijk vermenigvuldigen door een ongewortelde stek af te breken en in het water enkele weken laat bewortelen. Daarna kan je de nieuwe plant in orchideeënsubstraat zetten.
Het geslacht is vanwege de mooie kleur van de bladeren ook buiten de bloeiperiode een aantrekkelijke kamerplant. De Ludisia groeit hard en is geschikt als orchidee voor beginners.

Masdavallia (Dracula orchidee) | HORNBACH

Herkomst:
Zuid-Amerika (Andes)

Temperatuurbereik/klimaat:
Vaak wordt beweerd dat alle Dracula-soorten koele omstandigheden nodig hebben. Dat klopt niet. Veel soorten hebben gematigde omstandigheden nodig, sommige verdragen zelfs warme omgevingen. Andere soorten hebben wel koele omstandigheden nodig. Bij de aanschaf moet je je in ieder geval laten informeren over de temperatuurbehoefte.
Vertegenwoordigers die koele omstandigheden nodig hebben, zijn bijv. de Dracula iricolor en Dracula levii, terwijl Dracula cordobae en Dracula inaequalis van warmte houden. D. Iotax komt zelfs uit met warme omstandigheden.

Luchtvochtigheid:
Een hoge luchtvochtigheid is een van de belangrijkste voorwaarden voor een succesvolle verzorging. Waarden rond 70 - 90 % zijn ideaal. Ondanks of juist vanwege de hoge luchtvochtigheid is er veel frisse lucht nodig. Vooral de bloemen reageren erg gevoelig op schommelingen van de luchtvochtigheid en temperatuur.

Water geven:
Dracula-soorten moeten ook bij de kluit altijd vochtig gehouden worden, er mag echter geen ophoping van water ontstaan. Bij lage temperaturen moet er daarom minder water gegeven worden. Er moet vooral aandacht besteed worden aan de waterkwaliteit. Het water moet extreem zoutarm zijn. Je kan hier een meting van de geleidbaarheid niet vermijden. Het water mag een geleidbaarheid van 100 µS niet overschrijden. Op warme dagen moeten de planten ’s morgens besproeid worden.

Bemesting:
In de lente, zomer en herfst moet wekelijks met een zeer sterk verdunde orchideeënmest bemest worden. De geleidbaarheid van het water mag in dit geval 200 µS/cm niet overschrijden. Tussendoor moet water met een geleidbaarheid van 50-100 µS gebruikt worden. Op erg warme dagen moet er afgezien worden van het bemesten.
Door de hoge temperaturen wordt er meer water opgenomen en dus ook meer zout. Dit kan leiden tot een beschadiging van de wortels en bladeren bij hittegestreste orchideeën.

Rustperiode:
Geen bloeitijd. Kan het hele jaar door tot bloei komen.

Licht:
De soorten hebben vergelijkenderwijs weinig licht nodig. Een plek in de schaduw bij een raam op het oosten is goed geschikt. Maar ook een raam op het noorden met veel lichtinval biedt nog genoeg licht. Het geslacht verdraagt geen direct zonlicht en voelt zich goed als ze in de schaduw van een grotere plant staan.

Verpotten/substraat/mand:
De meeste Dracula-soorten moeten in een hangende mand gecultiveerd worden, omdat de bloemen naar opzij of naar onderen groeien. Er moet los en toch watervasthoudend substraat gebruikt worden, dat met een laag sphagnum afgedekt wordt. Sommige orchideeënvrienden cultiveren dit geslacht ook in pure sphagnum. Daarbij geldt: groeit het mos verder, dan zal de Dracula zich ook goed voelen.

Is een zomerverblijf in de tuin mogelijk?
Van mei tot eind september wordt een verblijf in de tuin aangeraden, omdat de vereiste lage temperaturen hier het beste in acht genomen worden. De plek moet in de schaduw liggen, maar mag niet te donker zijn. Een plek in een boom is ideaal.

Bijzonderheden:
Veel experts zeggen dat de Dracula-soorten makkelijker zijn dan de Masdevallia-soorten al is voor beginners beide geslachten in geen geval geschikt. Deze soort staat en valt vaak met de precieze naleving van de temperatuur en de hoge luchtvochtigheid.
Voor veel soorten zijn koude kamers een voorwaarde voor een succesvolle verzorging. De hoge luchtvochtigheid kan op de vensterbank het beste gerealiseerd worden in een terrarium. Voor een bewoonde kamer zijn de warmtetolerante soorten beter. Ook een vitrine kan een geschikte plek zijn.

Vuylstekeara orchidee | HORNBACH

Herkomst:
Kruising tussen Cochlioda x Miltonia x Odontoglossum

Temperatuurbereik/klimaat:
Gematigd, overdag 15 – 25 °C, ’s nachts 15 – 20 °C

Luchtvochtigheid:
60–80%

Water geven:
Substraat tussendoor laten drogen (vooral in de winter). Een Vuylstekeara houdt het in deze periode 8 dagen uit zonder water. In de zomer vaker besproeien.

Bemesten:
1 - 2 keer per maand tijdens de groei.

Rustperiode:
Voor de bloei-indicatie wordt een temperatuurdaling aanbevolen naar 16 – 18 °C. Het liefst meerdere weken achter elkaar, nog vóór de vorming van de nieuwe knol. Ze bloeien meestal ook als deze daling achterwege blijft. Het is erg bevorderlijk voor de planten als ze na de bloei wat droger en een paar graden koeler gehouden worden.

Licht:
Licht, zonder direct zonlicht.

Bloeitijd:
Herfst - winter

Verpotten:
Het beste tijdstip is na de bloei of als de nieuwe scheuten ca. 5 cm groot zijn. Erg belangrijk is een drainage in de bodem van de pot. Een zomerverblijf in de tuin is mogelijk, de bloem komt dan gemakkelijker in de bloei.

Bijzonderheden:
Er is maar één hybride waarin de naam Cambria zit. Dit is de Vuylstekeara Cambria “Plush”. Daarbij gaat het om een kruising uit het jaar 1931 die vanwege de mooie bloemen en de eenvoudige verzorging erg bekend is geworden. Helaas zijn er orchideeënkwekers die de naam “Cambria” ook gebruiken bij volledig andere hybriden, die deze naam zelfs als algemene verkoopbeschrijving gebruiken voor een hele groep hybriden. Alle andere multihybriden (vaak op basis van Odontoglossum) worden dus foutief aangeduid met Cambria.

Ook als je de precieze naam van een dergelijke orchidee niet kent, willen ze meestal net zo verzorgd worden als een Vuylstekeara. Vuylstekeara is een multigenerische hybride die ontstaan is uit de kruising van de geslachten Cochlioda, Miltonia en Odontoglossum.

Cattleya orchidee | HORNBACH

Temperatuurbereik/klimaat:
De geslachten houden van warm gematigde omstandigheden:

  • Zomer: 29-17 °C
  • Winter: 21 -12 °C

Luchtvochtigheid:
50-70%

Water geven:
Tijdens de vegetatieperiode moet je veel en in de rustperiode erg weinig (iedere 2-4 weken) water geven. Komen er knoppen aan de plant, dan moet er meer water gegeven worden. De knollen mogen in de rustperiode wat verschrompelen, maar niet te erg.

Bemesting:
Van maart tot september veel bemesten, tijdens de rustperiode helemaal niet bemesten.

Rustperiode:
De geslachten hebben een duidelijke rustperiode nodig. Na het afsluiten van een nieuwe scheut moeten ze droger en kouder gehouden worden om door te kunnen bloeien.

Licht:
Cattleya’s en hun verwanten houden van veel licht, anders worden er geen bloemen gevormd. Alleen in de hoogzomer verdragen ze geen directe middagzon. Aan de kleur van de bladeren kan men goed zien hoeveel licht de orchidee gekregen heeft:

  • een lichte geelbruine bladkleur (eventueel met een beetje rood) betekent dat ze te veel licht gekregen hebben.
  • Zitten er daarnaast ook nog zwarte vlekken op de plant, dan is de plant verbrand. In dit geval moet er in de middag voor meer schaduw gezorgd worden.
  • Donkergroene bladeren betekent te weinig licht.
  • Cattleya-bladeren die de juiste lichthoeveelheid krijgen, hebben een bladkleur die tussen deze beide kleuren in ligt.

Bloeitijd:
Begin januari - begin maart.

Verpotten:
Dit moet je doen in het vroege voorjaar tot in de vroege zomer. Daarbij moeten de planten niet te diep in de pot gezet worden. De nieuwe scheut moet zich vrij kunnen ontspruiten, anders wordt hij rot. Er wordt aanbevolen om los substraat te gebruiken.

Is een zomerverblijf in de tuin mogelijk?
Dit is mogelijk, maar niet nodig. Kies voor een plek half in de schaduw.

Bijzonderheden:
Er wordt onderscheid gemaakt tussen een- en tweebladige Cattleya’s. De tweebladige komen in aanmerking voor op de vensterbank. Ze hebben kleine bloemen, die wel talrijker zijn en langer bloeien. Bij te droge lucht kan het nodig zijn om het schutblad voorzichtig te openen.

Orchideeën water geven

Een belangrijk punt bij de verzorging van orchideeën is de waterkwaliteit. Orchideeën leven in de natuur van regenwater. In het regenwater zitten zeer weinig hoeveelheden zout. Het water dat uit onze leidingen komt, is daarentegen vaak grondwater. Als regenwater op de grond valt en wegsijpelt, vangt het meer of minder zout op. Het door waterbedrijven weer naar boven gepompte water bevat dus al naargelang de regio een bepaalde hoeveelheid zout, dat in dit geval ook wel kalk genoemd wordt.

De vijand nr. 1 voor iedere orchidee is de schimmel. Dit leidt binnen een paar weken tot de dood van de plant. Bij orchideeën die thuis op de vensterbank verzorgd worden, gebeurt dit maar om één reden: ze krijgen te veel water en gaan dood. Veel is niet altijd goed. Enkele orchideeën komen weliswaar uit het vochtige regenwoud, maar ze leven meestal op bomen. Daar drogen ze na een regenbui snel op en hebben om deze reden weinig wateroverlast. Geef dus met mate water. Bij een middelgrote pot is het voldoende om in de winter een keer per week water te geven. In de zomer kan je dit twee keer per week doen. Hoe vaak een orchidee water moet krijgen, hangt af van het formaat van de pot en natuurlijk de soort orchidee.

Er is een eenvoudige truc waarmee je kan controleren of de orchidee water nodig heeft: til hem kort op. Is de plant ongewoon licht, dan moet er water gegeven worden. Is de pot nog zwaar, dan kan er nog gewacht worden met water geven.

Als tweede vuistregel geldt: groeit de orchidee, dan is er meer water nodig, is er geen actieve groei, dan moet het water geven beperkt worden. Als er water gegeven wordt, moet dat altijd veel zijn. Het overtollige water moet onder uit de pot kunnen weglopen. Potten waarin orchideeën verkocht worden, hebben over het algemeen gaten in de bodem waardoor het water kan weglopen. Zet je de plant in een sierpot, dan is het het beste om de plant hier uit te halen als er water gegeven wordt. Overtollig water kan niet in de sierpot blijven zitten en de orchidee verdrinken.
Verder is het zinvol om een 2-3 cm dikke laag kleikorrels of kiezel op de bodem van de sierpot te leggen. Achteraf uit de pot lopend water wordt zo door deze laag opgenomen.
In geen geval mag de plant in water staan, anders ontstaat er schimmel. Voor het water geven is regenwater het beste. De robuuste orchideeën-hybriden (kruisingen) verdragen ook normaal kraanwater en bij voorkeur kraanwater dat een tijdje heeft gestaan.
Je doet de orchidee een plezier als je het water van tevoren door een waterfilter doet om het te ontharden.
Het gebruikte water moet op kamertemperatuur zijn. Er mogen nooit waterdruppels op de plant blijven liggen, dit leidt namelijk tot een snelle verspreiding van schimmels die herkend kunnen worden aan de vlekken op de bladeren.

Luchtvochtigheid

De luchtvochtigheid speelt een belangrijke rol bij de verzorging van orchideeën. Maar wat is die rol en waarom is deze factor belangrijk? In de lucht zit altijd een bepaalde hoeveelheid water die aanduidt wordt als luchtvochtigheid. Dit wordt in procenten aangegeven. In de lucht kan slechts een bepaalde hoeveelheid water opgelost worden. Wordt deze hoeveelheid bereikt, dan spreek je van 100% relatieve luchtvochtigheid. Bedraagt de relatieve luchtvochtigheid slechts 60%, dan kan de lucht dus nog 40% meer water opnemen.

De luchtvochtigheid is afhankelijk van de temperatuur, omdat bij hoge temperaturen meer water in de lucht kan oplossen dan bij lagere temperaturen. Daarom is de luchtvochtigheid in de winter in onze woningen vaak erg laag. Koude lucht die van buiten de woning in stroomt, bevat vanwege de lage temperatuur weinig water. In de kamer wordt de lucht snel verwarmd door de radiatoren. Nu kan de lucht veel meer water opnemen, maar dit staat niet direct ter beschikking waardoor de luchtvochtigheid daalt.

Orchideeën hebben de mogelijkheid om via hun wortels het water uit de lucht op te nemen. De luchtvochtigheid is ook belangrijk voor de bladeren, die bij hoge waarden minder water hoeven te verdampen dan bij een droge lucht. Is de lucht te droog, dan verdampt er te veel water uit de bladeren in de omgeving. De bladeren drogen uit, omdat er niet genoeg water verstrekt kan worden. Maar ook een te hoge luchtvochtigheid kan problemen veroorzaken. Zo groeien schimmels en bacteriën in een dergelijk klimaat erg snel en kunnen de plant beschadigen. Ook bepaalde stofwisselingsprocessen in de plant zijn bij een te hoge luchtvochtigheid niet meer mogelijk. De luchtvochtigheid in de buurt van de plant mag duurzaam niet onder 40% en niet boven 80% liggen.

Veel epifytische orchideeën komen uit tropische of subtropische gebieden waarin de luchtvochtigheid zelfs in de zogenaamde “droogteperiodes” vaak hoger is dan in de woonkamers in Midden-Europa. Daarom krijgen deze orchideeën in een te droge lucht stress. Via hun wortels moeten ze meer water binnenhalen dan ze kunnen opnemen omdat de bladeren “te veel” water verdampen. Bij een te hoge luchtvochtigheid worden schimmels en bacteriën erg actief en moet er altijd voldoende luchtbeweging aanwezig zijn. Dit kan je bereiken met een aan de ruimte aangepaste ventilator, die ook 24 uur per dag aan kan staan.

De luchtvochtigheid wordt gemeten met een hygrometer. Deze moet opgehangen worden in de buurt van de planten, maar mag nooit aangeraakt worden door water. Dit vervalst de waarden heel erg. Een te hoge luchtvochtigheid kan je licht laten dalen door veel te luchten. Moeilijker is het om een te lage luchtvochtigheidswaarde omhoog te krijgen.

De volgende maatregelen kunnen daarbij helpen:

  • Sproeien: Het besproeien van de plant zorgt het makkelijkst en snelst voor een oplossing. In de winter kan er door de lage temperaturen en het gebrek een licht verrotting ontstaan. Daarom moeten de planten alleen in de voormiddag besproeid worden. Verder moet er gebruik gemaakt worden van een fijne sproeinevel.
  • Waterschaaltjes: Een andere mogelijkheid is het plaatsen van waterschaaltjes. Deze kunt u bijvoorbeeld vullen met kleikorrels om het oppervlak te vergroten. Op deze manier kan er meer water aan de omgeving afgegeven worden. De schalen moeten regelmatig gereinigd worden of kort opdrogen, om de verspreiding van bacteriën tegen te gaan. Zulke schalen ondersteunen een gunstig klimaat in de buurt van de orchidee maar verhogen de luchtvochtigheid gering.
  • Aquaria: Orchideeën met bijzondere eisen met betrekking tot de luchtvochtigheid kunnen in de vensterbank goed ondergebracht worden in open aquaria. Op de bodem moet een ca. 8 cm dikke laag kleikorrels geschud worden. Dit neemt water op, zonder dat de potten “natte voeten” krijgen. Water verdampt en er ontstaat een vochtig klimaat. Het aquarium mag niet afgedekt worden, op deze manier krijgen de orchideeën de benodigde frisse lucht. Aquaria verhogen de luchtvochtigheid in de buurt van de orchideeën met 20%.
  • Elektronische luchtbevochtiger: Een zeer effectieve methode ter verhoging van de luchtvochtigheid is de inzet van een elektronische luchtbevochtiger. Bijzonder geschikt zijn de modellen die het water met behulp van een ultrasoon geluid verstuiven en daarna met een ventilator in de ruimte verdelen.

Orchideeën bemesten

Orchideeën zitten voornamelijk in de bomen van het oerwoud. Hier krijgen ze meer licht dan op de grond, maar het voedingsstofaanbod is erg bescheiden. Je doet dus geen enkele orchidee een plezier als je ze een keer in de week flink bemest. De wortels zijn erg zoutgevoelig en sterven af bij te veel mest.

Voor het bemesten geldt een eenvoudige regel: groeit er aan de orchidee een nieuw blad of een scheut, dan moet er bemest worden. Groeit de orchidee niet, dan hoeft er niet bemest te worden.

Omdat de meeste orchideeën van de lente tot de herfst groeien, moet in deze periode iedere 2-4 weken bemest worden. Geef tussen het bemesten door altijd zuiver water om de zoutresten uit te spoelen. In de winter moet minder bemest worden. Een orchideeënmest is het meest geschikt. Orchideeënmest is qua voedingsstofsamenstelling speciaal afgestemd op de behoeften van deze planten en is sterker verdund dan andere mestsoorten. De op de verpakking vermelde concentratie mag nooit overschreden worden, het is juist zinvoller om maar de halve concentratie te gebruiken.

Welke voedingsstoffen hebben orchideeën nodig?

  • Stikstof - Voor de groei van de bladeren en de scheuten: stikstof zorgt voor een gezonde groei van jaarscheuten en bladeren. Een gebrek aan stikstof herkent je aan kleine, gele bladeren, een overschot aan zacht plantweefsel.
  • Fosfor - Voor de groei van wortels en bloemen: fosfor zorgt voor de vorming van bloemen en een gezonde wortelgroei. Een gebrek aan fosfor herkent je aan een felrode verkleuring van de bladeren, vooral de onderkant van de bladeren.
  • Calcium - Bevordert de groei: calcium zorgt ervoor dat de plant andere belangrijke sporenelementen kan opnemen en gebruiken. Bovendien bevordert het de celvermeerdering en zo de groei van vooral de wortels.
  • Kalium - Vergroot het weerstandsvermogen: kalium bevordert de stofwisselingsprocessen in de orchidee, wat de weerstand van de orchidee verhoogt. Bij een gebrek aan kalium kan het weefsel van de plant zacht worden en kan de groei stoppen.
  • Magnesium - Bevordert de stofwisseling: magnesium zorgt eveneens voor een gezonde groei, omdat het de stofwisselingsprocessen bevordert. Bij een gebrek blijven de bladeren lichtgroen.

Verzorgingstips voor de verschillende orchideeënsoorten

Geslacht Standplaats Water geven/bemesten Bloei
Cymbidium Zeer lichte standplaats, geen direct zonlicht. Tijdens de groei veel water geven, in de winter aanpassen aan de temperatuur (maar nooit laten uitdrogen). Tijdens de groei iedere 14 dagen bemesten - in de winter iedere 4-6 weken. Herfst tot voorjaar.
Oncidium Zeer lichte standplaats, geen direct zonlicht (raam met veel lichtinval op het westen of oosten). Rijkelijk water geven, maar voorkom dat de plant verdrinkt. Tijdens de groeiperiode eens per drie keer bij het water geven ook bemesten, in de winter in totaal maar drie keer bemesten. Afhankelijk van de soort in de lente, zomer, herfst of winter.
Vanda Zeer lichte standplaats. Van augustus tot juni ook direct zonlicht mogelijk. Tijdens de hoogzomer voor schaduw zorgen. Buiten neerzetten is mogelijk. Minimaal 1x per dag besproeien en 1x per week de wortels een dompelbad geven. In de zomer iedere 1-2 weken, in de winter iedere 3-4 weken bemesten. Voorjaar en herfst (hybriden het hele jaar).
Vuylstekeara Lichte standplaats zonder direct zonlicht. In de zomer matig water geven en besproeien. In de winter het substraat steeds opnieuw laten drogen. 1 à -2 keer per maand bemesten. Herfst en winter.
Phalaenopsis Normale, lichte standplaats, geen direct zonlicht! Ook geschikt voor ramen met veel lichtinval op het noorden. Buiten neerzetten is niet aan te bevelen. Regelmatig water geven, nooit volledig uit laten drogen, een ophoping van water vermijden. Met mate het hele jaar door bemesten. Herfst tot voorjaar.
Dendrobium Emma Lichte standplaats, geen directe middagzon. Tijdens de groei veel water geven, geen ophoping van water. In de winter bijna geen water geven. Bemesten tijdens de groei bij elke derde keer water geven, in de winter helemaal niet. Winter tot voorjaar.
Zygopetalum (geurorchidee) Het hele jaar licht zonder direct zonlicht! Vanwege de geringe lichtbehoefte geschikt voor ramen op het oosten of westen of ramen met veel lichtinval op het noorden. Kan in de periode juni - september buiten (halfschaduw) staan. Altijd vochtig houden, maar ophoping van water vermijden. Tijdens de groei iedere 14 dagen bemesten. De meeste soorten bloeien in de herfst en winter.
Miltonia Lichte standplaats, geen direct zonlicht (ramen op het oosten en westen). Regelmatig water geven, nooit volledig uit laten drogen, een ophoping van water vermijden. Iedere 3-4 weken bemesten (dubbele hoeveelheid dan aangegeven), in de winter niet bemesten. Voorjaar en herfst.
Paphiopedilum (venusschoentje) Al naargelang de soort: soorten met gespikkelde bladeren en soorten met meerdere bloemen: licht, zonder direct zonlichtSoorten met groene bladeren: schaduw (raam op het noorden). Veel water geven en laten drogen (niet uit laten drogen). Worden het hele jaar bemest, in de zomer bij ieder derde keer water geven, in de winter eens per maand. Herfst en voorjaar.

Verzorgingskalender voor orchideeën

  • Door de donkere dagen en de lage temperaturen rusten de meeste orchideeën in deze maand. Mest hoogstens een keer per maand en pas ook de hoeveelheid water aan aan de lage temperaturen en de orchideeënsoort.
  • Orchideeën met een uitgesproken rusttijd (zoals bijvoorbeeld de Dendrobium nobile) worden niet bemest of krijgen water. Tijdens de winterperiode mogen orchideeën indien mogelijk niet besproeid worden, omdat anders gemakkelijk schimmel ontstaat. Daarom wordt er aanbevolen om de luchtvochtigheid te verhogen met schaaltjes water op de vensterbank of luchtbevochtigers.
  • Ondanks de lage temperaturen moet je toch regelmatig luchten, anders verspreiden schimmels en bacteriën zich makkelijk. In deze koude maand moeten de nachtelijke temperaturen in de buurt van de orchidee goed in acht genomen worden.

  • De bloeiperiode van de orchideeën gaat ook in deze maand verder. Qua klimaat verschilt deze maand nauwelijks van januari, daarom gelden de beschreven voorzorgsmaatregelen ook voor deze maand.
  • Aan het einde van de maand wordt de zon weer sterker, de dagen langer en sommige orchideeën hebben een beginnende groei. In dit geval moet de hoeveelheid water en mest langzaam verhoogd worden.
  • Maak gebruik van mooi weer om te luchten, dat is de beste bescherming tegen bacteriën, schimmels en ander ongedierte.
  • Het water moet minstens op omgevingstemperatuur zijn, maar ook handwarm water kan goed gebruikt worden.
  • Orchideeën die al in de winter begonnen zijn met de groei, kunnen vaak tegen het einde van de maand al verpot worden.

  • Voor de meeste orchideeën begint de groeiperiode en dus stijgt ook de behoefte aan voedingsstoffen. De hoeveelheid water moet langzaam verhoogd worden en iedere 2-3 weken moet er met een geringe concentratie bemest worden.
  • Uitgebloeide, maar verder groeiende orchideeën kunnen nu verpot worden.
  • Je herkent de groei het beste aan de wortels. Er wordt aanbevolen om de orchideeën aan het begin van de lente langzaam te laten wennen aan de zon en niet in direct zonlicht te plaatsen.
  • Door de winter zijn orchideeën wat verzwakt en daarom ook erg gevoelig voor spintmijten of zuigende insecten, die nu in de lente weer actief worden. Verder is nu de tijd aangebroken om eventueel groeiende loten (bijv. bij een Phalaenopsis) van de moederplant te scheiden en te planten.
  • De lente is dus een maand waarin hard gewerkt moet worden door orchideeënliefhebbers.

  • De voorjaarsbloeiers onder de orchideeën staan nu vol in bloei, andere orchideeën groeien flink. Zijn de jaarscheuten van deze orchideeën ca. 1/4 zo groot als de oude scheuten, dan kunnen deze verpot worden. Ook de wortelgroei is hier doorslaggevend voor het succes.
  • De planten moeten de dag van tevoren veel water krijgen en na het verpotten moet het water geven 3-5 dagen helemaal gestopt worden om daarmee verrotting bij de wortels te voorkomen.
  • Alle orchideeën kunnen in de voormiddag regelmatig licht besproeid worden.
  • Zongevoelige orchideeën zoals bijv. Phalaenopsis moeten absoluut beschermd worden tegen de middagzon.
  • Probeer te vermijden dat je de orchidee niet iedere week op een andere plek neerzet. De plant eens per half jaar verzetten is meer dan voldoende. Ook de hoeveelheid mest kan verder verhoogd worden als de plant groeit. Bij erg zoutgevoelige orchideeën mag de orchideeënmest maar half zo sterk gedoseerd worden als op de verpakking vermeld staat.

  • Na de winter snakken veel orchideeën naar een verblijf in de tuin. Dit kan een licht balkon zijn, maar ook een beschutte plek in de tuin (bijv. in een fruitboom). Ideaal is een plek die de orchidee luchtvochtigheid biedt.
  • Alleen de hieronder genoemde soorten zijn “thuisblijvers” en kunnen niet in de buitenlucht worden gecultiveerd: Aerangis, Angraecum, Bulbophyllum, Dendrobium phalaenopsis, Doritis, Dracula, Paphiopedilum (alleen de gevlekte soorten), Phalaenopsis.
  • Ook in mei moet je er aan denken dat de planten langzaam aan de directe ochtend- of avondzon moeten wennen. Ze kunnen anders makkelijk verbranden.

In deze maanden gelden de drie belangrijkste verzorgingsmaatregelen:

  • luchten,
  • water geven,
  • bemesten.

  • In juni en juli kan het overdag erg warm worden voor orchideeën, daarom is intensieve beluchting belangrijk.
  • Orchideeën uit een koude kas zoals bijv. Coelogyne cristata moeten een koele plek krijgen (tuin of slaapkamer), maar ook voor alle andere orchideeën is frisse lucht een belangrijke gezondheidsfactor.
  • Planten die buiten staan moeten gecontroleerd worden op bladluizen, slakken, schildluizen en ander ongedierte. Ze behoren namelijk tot de grootste vijanden in deze periode. Op de vensterbank moet bovendien gelet worden op spintmijten, tripsen en schildluizen.
  • Alle orchideeën hebben nu veel water nodig, maar zorg dat dit direct kan weg lopen. Ook aan het bemesten moet regelmatig gedacht worden.
  • De planten kunnen in de zomer iedere dag een keer licht besproeid worden. De beste tijd daarvoor is in de morgen, omdat de bladeren in de middag kunnen verbranden. Bij direct zonlicht moet er gelet worden op een bescherming, zet je plant daarom beschut weg.

  • De zomer is begonnen! Is het niet mogelijk om koel te houden orchideeën buiten te cultiveren, dan moeten ze indien mogelijk vaak (ook ’s nachts) voor een open raam staan. Odontoglossum-soorten stoppen bij te hoge temperaturen met groeien.
  • Water en mest moeten net zoals in de beide voorafgaande maanden op een hoog niveau gegeven worden.
  • Let extra op onweersbuien en tref zonodig maatregelen voor de orchideeën die buiten staan, dit om beschadigingen te voorkomen.
  • Over het algemeen zijn de zomermaanden een bloeiarme periode.

  • Omdat het ’s nachts kouder wordt, is het tijd om gevoelige orchideeën in het midden van deze maand in een kas of op de vensterbank te zetten.
  • Orchideeën die van koel weer houden (bijv. veel Masdevallia-soorten, Dendrobium nobile) kunnen deze maand nog buiten blijven als het in de nacht niet vriest.
  • Voordat de orchideeën naar binnen gehaald worden, is het handig om te controleren of er geen ongedierte op de bladeren of wortels zit. Veel soorten ongedierte die in de kluit zitten, komen tevoorschijn als je de plant water geeft.
  • Voorkom dat ongedierte overlopen naar de andere plant en behandel, in dien nodig, de plant.
  • Orchideeën die veel zon nodig hebben zoals bijv. Vanda of Cattleya kunnen vanaf midden september weer van de volle zon genieten; schade door de zon is bij deze geslachten niet meer te verwachten.
  • De beginnende herfst biedt nog één keer de mogelijkheid om een aantal orchideeën te verpotten. De bloeiarme periode is nu voorbij en enkele soorten krijgen bij afnemende temperaturen nog bloemen. De hoeveelheid mest en water moet bij de meeste orchideeën al aan het einde van de maand gereduceerd worden.
  • Orchideeën met een rustperiode zoals bijv. Dendrobium nobile hoeven na de afsluiting van de groei helemaal niet meer bemest te worden.

  • Uiterlijk eind oktober haal je ook koel te houden orchideeën weer naar binnen. Door de voorbereiding op de bloei en het beginnende gebrek aan licht kan het gebeuren dat oude bladeren geel worden en eraf vallen.
  • Wie zijn orchideeën in de zomer beschermd heeft tegen direct zonlicht, kan ze eind oktober weer rustig in de volle zon zetten. Door 1-2 keer per jaar van plek te veranderen kan het lichttekort van de nu volgende periodes gecompenseerd worden.
  • De hoeveelheid mest en water kan verminderd worden, passend aan de dalende temperatuur.

  • Veel orchideeën beginnen nu met hun rustperiode. De hoeveelheid mest en water moet bij orchideeën met een rustperiode verder verminderd worden. Hoe minder groei de orchidee vertoont, des te minder water en mest er nodig is.
  • Orchideeën zonder een rustperiode (bijv. Phalaenopsis) moeten warm staan en hebben meer water nodig.
  • Aan het begin van de verwarmingsperiode moet de luchtvochtigheid verhoogd worden en verder moet er gelet worden op spintmijten. Op de enkele zonnige dagen kan je van deze gelegenheid gebruik maken en gaan luchten.
  • Deze maand is ook geschikt om de kleikorrels te vervangen, onkruid te verwijderen en reinigingswerkzaamheden uit te voeren. Om het weinige licht dat de volgende maanden bieden optimaal te gebruiken is het aan te raden om ook de ramen te zemen.
  • Verpotten kun je het beste tot het voorjaar laten wachten als er geen dwingende redenen zijn (bijv. ongedierte in de pot).

  • December is een maand die met betrekking tot de luchtvochtigheid het moeilijkst is. Vooral de orchideeën die veel licht nodig hebben, moeten nu vol in het licht staan.
  • Bij enkele orchideeën vallen de bloemen eraf als ze te weinig licht krijgen. Hier helpt een betere standplaats of kunstlicht.
  • Planten die zich in de rustperiode bevinden, willen maar weinig water hebben en geen mest. Vooral de luchtvochtigheid moet nu gecontroleerd worden en kan door luchtbevochtigers of schaaltjes water verhoogd worden.

Orchideeën verpotten: stap voor stap

Geef de plant van tevoren veel water en bemest licht. Direct naar het verpotten is beide niet goed mogelijk. Leg voor het verpotten al het benodigde materiaal (nieuwe plastic pot, scherpe schaar, orchideeënsubstraat, plantenspuit, kleikorrels) klaar.

Orchidee verpotten 1 | HORNBACH

Desinfecteer de schaar indien mogelijk met alcohol en besproei het substraat met water. Haal de plant uit de pot. De pot daarbij licht kneden, zodat de wortels makkelijk loslaten. Het oude substraat van de wortels losmaken door voorzichtig te schudden. Haal eventueel de wortels voorzichtig uit elkaar om het substraat te verwijderen.

Orchidee verpotten 2 | HORNBACH

Laat stukken schors die moeilijk loskomen gewoon zitten om de wortels niet te beschadigen. Het kan ook handig zijn om substraatresten met behulp van stromend, handwarm water af te spoelen. Controleer de wortels op ongedierte en zet ze eventueel een paar uur in een waterbad. Hierdoor zal het ongedierte stikken. Snij verrotte en afgestorven wortels af.

Orchidee verpotten 3 | HORNBACH

Kort gezonde wortels niet in. In de nieuwe pot komt als drainage een dunne laag klei- of piepschuimkorrels. Zet de plant nu met een licht draaiende beweging in de pot.

Orchidee verpotten 4 | HORNBACH

Plaats de plant zo dat de nieuwe scheuten veel afstand houden t.o.v. de rand van de pot. Voeg het nieuwe substraat toe. Na ongeveer 5 dagen kan er weer water gegeven worden. De bladeren kun je dagelijks wel besproeien. Bemest pas weer na 3-4 weken.

Orchidee verpotten 5 | HORNBACH

Orchideeënziektes en ongedierte

Ben je er niet zeker van of je orchidee iets onder de leden heeft? Controleer dan op de volgende verschijnselen. Kun je de volgende vragen me “Ja” beantwoorden, dan is het niet waarschijnlijk dat je orchidee ziek is of door ongedierte aangetast is:

  • Heeft de plant een typerende bloeiwijze (recht, overhangend of hangend) zonder knikken of breuken?
  • Zijn alle bloemen even groot, zitten de bloembladeren op de juiste plaats en met het juiste aantal en zonder misvormingen?
  • Hebben de bladeren een eenvormig gekleurd zonder harmonicagroei en ongezond uitziende vervormingen?
  • Er zijn geen onregelmatig bruine of gele strepen of vlekken?
  • Verschijnen nieuwe pseudoknollen net zo groot of groter dan de oudere knollen?
  • Is de bloeischede gezond en groen of, indien afgestorven, vrij van ongedierte of tekenen van ongedierte?
  • Ogen de wortels zilverachtig glanzend tijdens een actieve groei met een groene wortelpunt?
  • Is de wortelkluit goed doorworteld, substraat niet beschimmeld of muf ruikend?

Zijn enkele punten van toepassing op je planten? Misschien is er een kweekfout gemaakt of is je plant ziek.
Hieronder vind je informatie over ziektes, ongedierte en de meest gemaakte kweekfouten en hun gevolgen.

De meest voorkomende problemen met bacteriën, schimmels en virussen liggen bij infecties door schadelijke insecten, het kwetsen van de planten of het werken met gereedschappen die niet steriel zijn in combinatie met niet optimale kweekomstandigheden.

Optimale kweekomstandigheden zijn de beste bescherming tegen deze soort ziekten. Zijn de planten voor de eerste keer besmet, dan er is meestal geen middel tegen.

Virussen

Gezonde planten kunnen virussen bij zich dragen, zonder dat dit naar buiten getoond wordt (lijkend op een verkoudheidsvirus bij mensen). Bekende middelen helpen niet tegen virussen. Men moet de plant vernietigen. De zieke plant hoort overigens niet thuis op de compost, maar bij het huisafval om de ziekte niet te verspreiden.

Schimmelziekten

Reden voor de verspreiding zijn een te vochtige omgeving en een gebrek aan luchtverversing en frisse lucht.

Wat te doen? Verwijder bij de schimmel de plantdelen, gebruik fungicide en verbeter de kweekomstandigheden.

Bacteriën

Ontstaan altijd als er langere tijd water op bladeren of in bladoksels blijft staan. Het weefsel wordt sponzig en glazig en wordt meestal bruin/zwart.

Het ongedierte kunnen ingedeeld worden in 3 groepen:

  • Groep 1: Pissebedden, zilvervisjes en rondwormen leven in en van het substraat, maar beschadigen de plant eigenlijk niet. Bestrijdt het door de planten wat droger te houden en de dieren te verzamelen.
  • Groep 2: Slakken en andere etende dieren eten plantdelen of de hele plant. Het meest effectieve middel is voorkomen en verzamelen.
  • Groep 3: Zuigende insecten zoals bladluis veroorzaken de grootste schade. Deze planten zich snel voort en kunnen grote schade aanrichten. Wat te doen? Gebruik insecticiden en spoel de plant af. Schildluizen zitten het liefst aan de onderkant van bladeren. Je kunt het beste deppen met een wattenstaafje met slaolie, hierdoor stikken de bladluizen. Nooit met je vingers eraf wrijven, dat verdeelt de jonge dieren en eieren over het gehele oppervlak van het blad!

Licht

  • Te licht: bladeren lichtgeel of roodachtig bruin (beschermende pigmenten), “verbrand” (afgestorven, bruine oppervlakken).
  • Te donker: bladeren donkergroen, hele plant slap, zwak, vaak een misvormde groei.

Temperatuur

  • Te koud: geen of geringe groei, nieuwe scheuten of nieuwe bladeren blijven klein, geen bloei.
  • Te warm: bladeren slap, soms lichtgroen, geen goede groei.

Water

  • Te weinig: bladeren slap en droog, soms harmonicagroei van de bladeren, wortelkluit te licht en te droog.
  • Te veel: wortels beschadigd, substraat beschimmeld, ruikt muf, bladeren slap en ingezakt.

Bemesting

  • Te weinig: plantengroei zwak, ongezonde bladkleur, geen bloei.
  • Te veel: wortelschade, daarom vaak slappe, ingezakte bladeren, bruine punten bij de bladeren.

Luchtvochtigheid

  • Te laag: “harmonicagroei” van de bladeren, groeivervorming bij bladeren en bulben, vastplakken van de dekbladeren, scheut blijft steken, vermeerdert kleverige druppels op bladranden en stengels.
  • Te hoog: slappe, zwakke bladeren, vaak vlekken op bladeren en bulben door een schimmelinfectie.

Projecten die ook interessant kunnen zijn