Het soldeerprincipe

Solderen is een verbindingstechniek waarbij een min of meer hoge temperatuur nodig is. In tegenstelling tot lassen, is bij solderen soldeersel nodig. Alle metalen materialen zijn geschikt voor soldeerverbindingen.

Er zijn twee manieren om te solderen: het zacht solderen en het hard solderen. In principe zijn beide manieren gelijk aan elkaar, aangezien ze allebei twee metalen met behulp van een derde metaal, het soldeersel, aan elkaar vastmaken. Daarentegen wordt het zacht solderen vanwege corrosiebeschermingsredenen (tot DN/nominale wijdte 25) speciaal gebruikt bij drinkwaterleidingen!

Tip

Voor beginners op het gebied van solderen is een eenvoudige soldeerbrander een goed begin!

Elektrisch solderen

Zacht solderen

Bij zacht solderen ligt de werktemperatuur tussen 200 en 450 °C. Het gebruikte soldeersel smelt binnen dit temperatuurbereik en zorgt voor een afgesloten verbinding die niet zwaar belast kan worden. Als soldeerapparaat gebruik je hierbij een elektrische soldeerbout, een soldeerpistool of een gassoldeerapparaat. Belangrijk is de vakkundige omgang met het soldeerapparaat, want zelfs de naar verhouding lage temperatuur kan temperatuurgevoelige bouwelementen en apparaten beschadigen.

Bij zacht solderen met een soldeerbrander ligt de werktemperatuur rond de 450 °C, waar dat normaal gesproken 270 °C is. Daarom adviseren we om een eenvoudige soldeerbrander te gebruiken.

Drinkwaterleidingen van koper worden met behulp van een bepaald soort 'fittingsoldeersel' verbonden. Dit soldeersel is loodvrij en daarom geschikt voor het solderen van drinkwaterleidingen.

Tips voor zacht solderen
Gebruik niet meer soldeersel dan beslist nodig is. Teveel soldeersel kan bijvoorbeeld bij het solderen van elektrische aansluitingen kortsluiting veroorzaken. Bij het vervangen van oude soldeerplekken eerst het oude soldeersel verwijderen. Dat gaat het beste met een desoldeerpomp. Het soldeersel wordt verhit en weggezogen. Pas dan kan op die plek opnieuw worden gesoldeerd.

Hard solderen

Voor hard solderen is een werktemperatuur vereist van boven de 450 °C. Om deze temperatuur te bereiken, wordt een soldeer-, autogeenlas- of hardsoldeerbrander gebruikt. Bij hard solderen worden stevigere soldeerverbindingen gemaakt.

Wanneer je omvangrijke soldeerprojecten in de planning hebt, dan is een brander die werkt met propaan het geschikte gereedschap.

Bij het hard solderen wordt een zogenaamd hardsoldeer (meestal van messing of zilver) gebruikt, die over het algemeen kunt herkennen aan de staafvorm. Hier moet je bij hoge soldeertemperaturen een speciaal vloeimiddel (hardsoldeerpoeder of -pasta) toegevoegen om het uitvloeigedrag effectief te ondersteunen.

Elektrische soldeerapparaten

Soldeerbouten zijn hoofdzakelijk verkrijgbaar met een vermogen van 15 tot 100 watt. De apparaten met een vermogen van 15 tot 60 watt zijn aan te raden voor lichte soldeerwerkzaamheden. Apparaten met een vermogen van 60 tot 100 watt hebben een bredere punt en zijn daardoor uitstekend geschikt voor grotere elektrische soldeerwerkzaamheden.

Voor het eerste gebruik van het apparaat moet de soldeerpunt worden vertint, zodat je probleemloos kunt solderen en een goede warmteoverdracht gegarandeerd is. Onder vertinnen wordt het soldeerpunt van een laagje tin voorzien van de punt verstaan. Deze soldeerpunt mag je nooit met een vijl bewerken om soldeersel of corrosieresten te verwijderen.

Het soldeerpistool heeft als voordeel dat de soldeerpunt al ca. 10 tot 12 seconden na het inschakelen de soldeertemperatuur heeft bereikt.

Solderen aan elektrische en elektronische bouwelementen

Elektrische draden moet je voor het solderen in elkaar draaien. De strak tegen elkaar aanliggende losse draadjes zorgen voor een capillaire werking bij het solderen en zorgt daarmee voor een optimale verbinding. De soldeerplek moet beslist schoon zijn.

Voor het reinigen kan staalwol of schuurlinnen worden gebruikt. Ook als het metalen oppervlak er helder en schoon uitziet, kan het met een oxidelaag zijn bedekt.

Na het ineendraaien en schoonmaken van de draad wordt de soldeerplek verwarmd. Breng het soldeersel op de soldeerplek aan en laat het smelten. Voor het vastzetten van de te solderen onderdelen is een soldeerhulp handig.

Als ineendraaien van de beide uiteinden van de draden niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat ze te dik zijn, dan moeten beide uiteinden voor het solderen individueel worden vertint. Verhit daartoe de uiteinden van de draden en laat daar soldeersel op smelten. Nu kunnen de uiteinden van de draden samen worden verwarmd en verbonden. Isoleer vervolgens de glimmende soldeerplekken.

Soldeersel op de juiste manier gebruiken

Soldeersel is het verbindende metaal bij het solderen. Het bestaat meestal uit meerdere metalen en heeft de volgende eigenschappen:

  • Het moet makkelijk op het metaal stromen, verbinding maken met het metalen oppervlak of een legering vormen. Deze verbinding moet ook op heel nauwe plaatsen ontstaan.
  • Al bij relatief lage temperaturen moet het vloeibaar worden en het metaal vertinnen.
  • Het moet zo vast mogelijk zijn, maar niet broos.

Soldeersel is verkrijgbaar in de vorm van soldeerdraad of soldeerstaven. Bij het solderen in het installatiebereik gebruik je fittingsoldeersel. Dit moet geschikt zijn voor drinkwater. Bij fittingsoldeersel moet je een zacht soldeervloeimiddel gebruiken. Bij solderen aan elektronische onderdelen gebruik je juist weer dunner soldeersel met een vloeibare kern. Metaalverbindingen maak je met tin in combinatie met soldeerwater.

Tip: Soldeerstaven en soldeersel voor zacht solderen wijken af van soldeerstaven voor hard solderen.

Vloeimiddel

Alleen op schone oppervlakken van metaal kan het soldeer uitvloeien, verlopen en binden. Daarom heb je bij het solderen ook altijd een vloeimiddel nodig (uitzondering: koper-koperverbindingen met fosforhoudend soldeersel).

Vloeimiddel lost een metaaloxide/oxidelaag op het soldeervlak op en houdt deze tijdens het solderen vrij van oxide. Alleen op deze manier kun je een probleemloze soldeerverbinding maken. De zachte soldeerpasta bevat ook een vloeimiddel met daarnaast metaalpoeder. Als dit smelt, is de juiste werktemperatuur bereikt. De juiste soldeerdraad (soldeersel) voeg je nu bij afgewende vlam toe. Bij het verbinden van koperen buizen wordt in dit geval het soldeersel op de soldeerplek zichtbaar. De soldeergleuf is gevuld; nu nog laten afkoelen en resten vloeimiddel verwijderen. Bij hard solderen moet je ook het vloeimiddel gelijkmatig aanbrengen (uitzondering: koper-koperverbindingen met fosforhoudend hard soldeersel), de buis en fitting samenvoegen, de soldeerplek gelijkmatig en snel verwarmen tot de materialen roodgloeiend zijn. Hard soldeersel laten smelten tot de soldeergleuf gesloten is. Met de vlam de koperen buis vanaf een afstand nog even gloeiend houden.

Tips voor solderen

Een stevige soldeerverbinding krijg je als je de delen vastzet, zodat ze tijdens het solderen niet kunnen bewegen.

Veiligheid

Let bij solderen op voldoende ventilatie van de werkruimte. Juist bij langdurige werkzaamheden kunnen door het vloeimiddel dampen ontstaan die schadelijk zijn voor de gezondheid. Houd brandbare stoffen en materialen uit de buurt van de soldeerplek. Met name bij het werken met open vuur ontstaan hoge temperaturen op de soldeerplek.

Soldeerpunt

Voor het reinigen van de soldeerpunt kun je het beste een salmiaksteen gebruiken. Ga met de hete soldeerpunt over de steen tot de punt schoon is. Bewerk de soldeerpunt nooit met een vijl om soldeersel of corrosieresten te verwijderen.

Gassolderen

Koperleidingen zijn duurzaam en hygiënisch. Koperleidingen kun je door zacht solderen of hard solderen met elkaar verbinden. Beide manierne zijn gelijkwaardig. Het verschil zit hem in de werktemperatuur en daarmee ook in het te gebruiken soldeersel.

  • Loeten Kupferrohre 3a

    Stap 1

    De te verbinden onderdelen slijp je met een schoonmaakdoek totdat ze een metalen glans hebben. Reinig met name de uiteinden grondig. Dat is belangrijk voor het vormen van een vaste verbinding.

  • Loeten Kupferrohre 3b

    Stap 2

    Breng het vloeimiddel gelijkmatig aan op het einde van de buis. Daarmee verwijder je een oxidelaag op de soldeervlakken. Alleen daardoor kan het soldeersel de te verbinden metalen goed afdekken.

  • Loeten Kupferrohre 3c

    Stap 3

    Schuif de fitting vast op het einde van de buis en verwarm de soldeerplek gelijkmatig tot het vloeimiddel zilver glimt. Begin aan de onderkant, want warmte stijgt op.

  • Loeten Kupferrohre 3d

    Stap 4

    Breng het soldeersel vervolgens direct op de soldeerplek aan. De juiste werktemperatuur is bereikt als het soldeersel bij contact met het metaal smelt. Het soldeersel stroomt door de capillaire werking in de voeg en verbindt de delen. Breng net zo lang soldeersel aan tot aan de onderkant een druppel ontstaat. De delen moeten zo lang vastgezet blijven tot het soldeersel uitgehard is.

van

Tip

Bij soldeerverbindingen speelt de capillaire werking een belangrijke rol. De spleet tussen de metalen delen mag niet kleiner zijn dan 0,2 mm en niet groter dan 0,4 mm, anders ontstaat geen capillaire werking en kan het soldeersel niet binnendringen.

Projecten die ook interessant kunnen zijn