Door drukte kan de bezorging langer duren. Onze vestigingen zijn weer geopend.

0 Verlanglijst 0 Winkelwagen
Advies

Begrippenlijst trappen

Leestijd 8 min.
Begrippenlijst trappen . HORNBACH

Wat betekenen begrippen en termen bij trappen? Lees hier de begrippenlijst bij trappen, handig wanneer je zelf je trap gaat renoveren!

De ene trap is de andere niet. Zorg eerst dat je een overzicht hebt over de belangrijkste constructievormen en omschrijvingen van onze trappen. Wij leggen hier uit wat de diverse begrippen rondom trappen betekenen.

Begrippenlijst

Aantrede De aantrede bij trappen is de diepte van de trede, dus vanaf de voorkant tot aan de voorkant van de volgende trede. Een trap is alleen dan gemakkelijk begaanbaar als de diepte van de trede voldoende is en bij alle volgende treden even diep is en als de stijgingsverhouding volgens de trapformule is aangebracht.
Balustrade Hekwerk om trappen en bordessen ter beveiliging tegen naar beneden vallen. Balustrades moeten een hoogte van minstens 90 cm hebben, altijd loodrecht boven de voorkant van de treden gemeten. Vanaf een valhoogte van 12 m moet de balustrade 110 cm hoog zijn. Als in gebouwen rekening met kinderen moet worden gehouden, mogen ze niet over de balustrades kunnen klimmen (laddereffect). De afstand tussen twee spijlen mag in alle richtingen niet meer dan 12 cm zijn. Deze eis geldt niet bij gebouwen met niet meer dan twee woningen. Als de balustrade boven de traparm ligt, moet bij betonnen trappen en trappen met onderliggende trapbomen de onderkant van de balustrade zo worden gemaakt dat een kubus met een kantlengte van 15 cm die op een trede ligt, niet door de balustrade kan worden geschoven.
Balustradevulling De balustradevulling wordt aangebracht tussen trapbomen, trapleuning en trappalen en kan bestaan uit loodrechte stijlen, veiligheidsglas of liggende regels.
Bijtrap Een niet noodzakelijke trap die echter ook voor hoofdgebruik ingezet kan worden.
Bloktrede De bloktrede is de eerste, onderste, trede van de trap.
Bordes Een trapbordes aan het begin of eind van een trap. Een tussenbordes moet na maximaal 18 treden worden toegepast. De bruikbare bordesdiepte moet minimaal overeenkomen met de bruikbare loopbreedte van de traparm.
Doorgangshoogte De lichte doorgangshoogte is de loodrechte maat van de bovenkant van de vloer tot de onderkant van het plafond.
Helling De helling van de trap bepaalt of een trap gemakkelijk te belopen is. Hoe kleiner de helling, des te gemakkelijker het is om de trap op en af te gaan. Bij trappen in woningen is een helling tussen 40 en 45 graden normaal.
Hoofdbaluster De hoofdbaluster is de eerste stijl van een trapleuning. De laatste stijl van de leuning is de eindbaluster.
Hoofdtrap Als hoofdtrap wordt een trap aangeduid die als onderdeel van de eerste reddingsroute aanwezig moet zijn.
Kinderbeveiligingslijsten Kinderbeveiligingslijsten worden onder de treden van een open trap aangebracht om de open afstand tussen twee opvolgende treden te begrenzen tot 120 mm. Sommige landelijke bouwverordeningen schrijven dit voor!
Looplijn De looplijn duidt de denkbeeldige lijn aan die de gebruikelijke route voor de gebruiker van een trap aangeeft. Het loopbereik ligt bij trappen met een loopbreedte tot 100 cm in het midden van de trap en heeft een breedte van 2/10 van de totale trapbreedte. De looplijn bevindt zich in dit loopbereik. Op de looplijn wordt de aantrede van de trap gemeten. Deze moet vloeiend verlopen en mag geen knikpunten hebben. Binnen het loopbereik kan de looplijn vrij worden gekozen. Bij wenteltrappen kan aan de hand van de looplijn de feitelijk benodigde tredediepte worden bepaald, die voortvloeit uit de snijpunten van de looplijn met de voorkant van de trede.
Loopbreedte De bruikbare loopbreedte van een trap verschilt van de breedte van de trap. De bruikbare loopbreedte wordt horizontaal gemeten tussen de muur en de binnenkant van de trapleuning of paal en moet bij gebouwen (nieuwbouw) met niet meer dan twee woningen minimaal 80 cm zijn, bij flatgebouwen minimaal 100 cm.
Loopgedeelte Het loopgedeelte ligt bij trappen met een loopbreedte tot 100 cm in het midden van de trap en heeft een breedte van 2/10 van de totale loopbreedte. Bij bochten moet de krommingsstraal minstens 30 cm bedragen.
Onderregel In een trap met balustrade worden de stijlen in de trapleuning en in een onder- of vloerregel geboord. De onderregel wordt normaal gesproken op een afstand van ca. 50 mm tot de vloer gemonteerd.
Optrede De optrede wordt gemeten als loodrechte maat tussen twee aangrenzende treden.
Palen De trappalen worden meestal in de eerste en laatste trede en bij een aantal traptypen ook in de draai aangebracht. Ze dienen ter stabilisering van de balustrade doordat hier de trapleuning op wordt bevestigd. Een balustrade moet volgens DIN 1055 een zijdruk van minimaal 50 kg per lopende meter kunnen weerstaan. Alle balustrades van de trappen voldoen aan deze norm.
Plafondopening Uitsparing in het plafond voor een trap. Ook wel trapgat genoemd.
Stijl De stijlen worden meestal loodrecht tussen de trapboom en de trapleuning aangebracht, balustradevulling. Ze kunnen rond, vierkant, rechthoekig, gedraaid, van hout, metaal, plexiglas of een combinatie van hout en roestvrij staal zijn. Bij trappen van Pertura heb je verschillende keuzemogelijkheden, afhankelijk van het model.
Stootborden Loodrecht trapdeel tussen twee traptreden. Als stootborden tussen de treden zijn aangebracht, is sprake van een gesloten trap. Wordt ook vaak aangeduid met stoottrede of voetbord.
Trap met keepbomen Een trap met keepbomen is een houten trap waarbij de treden op onderliggende trapbomen zijn geplaatst.
Trapboomdikte Geeft de dikte van de trapbomen aan. De meeste trappen in woningen hebben trapbomen met een dikte van 40 mm.
Trapbomen De trapbomen dragen de treden en kunnen aan de zijkant of de onderkant van de treden zijn aangebracht. De buitenboom bevindt zich naast de muur, de binnenboom naast het trapgat.
Trapformule Met de trapformule wordt de ideale trap beschreven die gemakkelijk beloopbaar is. Als trapformule geldt:<br />2 optreden plus 1 aantrede moet de lengte van een stap opleveren.</p> <p>Optrede x 2 + trapdiepte = 63 cm (normale staplengte). Bij een aanbevolen optrede van 18 centimeter per trede wordt de staplengte beperkt tot 27 centimeter. En daarmee komen we dan meteen bij het volgende kenmerk: de zogenaamde optrede. De verhouding 18/27 beschrijft daarbij een aangename trap in een woning. Keldertrappen mogen met een verhouding van 21/21 iets steiler zijn. Als je deze getallen combineert met de hoogte van de ruimte, levert dat het juiste aantal treden op. Als de ruimte 270 cm hoog is, levert dat bij een optrede van 18 centimeter 15 treden op.
Trapleuning De trapleuning wordt als loophulp op de balustrade of tegen de muur aangebracht. Hij moet gemakkelijk bruikbaar zijn en mag daarom niet lager zijn dan 80 cm en niet hoger dan 115 cm vanaf de voorkant van de trede worden aangebracht. De maat hiervoor wordt loodrecht boven de voorkant van de trede tot de bovenkant van de leuning gemeten. De afstand, vingervrijheid, tot de aangrenzende delen moet minstens 5 cm zijn.
Trede / traptrede Onderdeel van een trap, bestaande uit optrede en aantrede, die voor het overwinnen van een hoogteverschil gewoonlijk met één stap begaan kan worden.
Trededikte Geeft de dikte aan van het materiaal van de treden. De meeste woningtrappen hebben een trededikte van 35 tot 40 mm.
Verdiepingshoogte De verdiepingshoogte is de loodrechte afmeting van de bovenkant van de vloer van een verdieping tot de bovenkant van de vloer van de volgende verdieping.
Verhouding op- en aantrede Deze verhouding is een maat voor de helling van de trap en wordt altijd in centimeters aangegeven.
Vingervrijheid DIN 18065 schrijft een vingervrijheid tussen de trapleuning en alle nabijgelegen delen van minstens 5 cm voor.
Wandafstand Tussen elke traparm of elk bordes en de wand mag de loodrechte afstand maximaal 6 cm bedragen. Daarbij wordt automatisch rekening gehouden bij de planning van de trap.
Welmaat Bij trappen zonder stootborden moeten de treden elkaar minimaal met 3 cm overlappen om de veiligheid te waarborgen.
Wenteltraptreden In gebouwen met niet meer dan 2 woningen en binnen woningen moeten wenteltraptreden aan de smalste kant een minimale aantrede van 10 cm op een afstand van 15 cm van de binnengrens van de bruikbare traploopbreedte hebben; dat geldt niet voor spiltrappen.
Weltrede De weltrede is de laatste, bovenste, trede van de trap.
Bekijk alles voor je trap Bestel online

Projecten die ook interessant kunnen zijn

naar boven

Wij gebruiken cookies om het winkelen bij HORNBACH gemakkelijker te maken. Bezoek je onze website, dan ga je akkoord met deze cookies. Meer informatie

x