dcsimg

Wissel- en gelijkspanning

Wisselspanning:
Als we over netspanning praten, hebben we het altijd over 230V wisselspanning. Wisselspanning houdt in dat de plus en min pool van de spanning constant omwisselen. Bij een frequentie van 50Hz, gebeurt dit 50 keer per seconde. Als we in formulevorm spreken, komen we op de formule: frequentie f = 1/t (t is de tijd van 1 omwenteling) Een frequentie van 50Hz houdt dus in dat de tijd van één omwenteling 0.02 seconden, of 20 milliseconden bedraagt.

Bij een wisselspanning spreken we dus niet over een vaste plus of min draad, maar over een fase en een nuldraad. In de meterkast wordt aangehouden dat de bruine fasedraad wordt beveiligd aan een zekering, ook bij de aardlekschakelaar moet onderscheid worden gemaakt tussen de bruine en de blauwe draad.

Voor de rest is er weinig onderscheid. Bij het aansluiten van een wandcontactdoos is het bijvoorbeeld niet belangrijk hoe de blauwe en bruine draad worden aangesloten. Mede omdat een stekker geen vaste invoer-mogelijkheid heeft is dit gemakkelijk te begrijpen. De stekker kan een halve slag worden gedraaid, wat aangeeft dat er geen vaste plus of min is.Voor een gloeilamp echter is het belangrijk dat de zwarte draad op het voetcontact wordt aangesloten. Als men bijvoorbeeld de lamp wil vervangen, moet de situatie zo veilig mogelijk zijn. Het voetcontact is het moeilijkst bereikbaar zodat aanrakingsgevaar zo veel mogelijk wordt uitgesloten.


Gelijkspanning:
Als we spreken over gelijkspanning spreken we over een gelijkgerichte wisselspanning. Dit houdt in dat de wisseling van de bruine en blauwe draad wordt “weggefilterd”. We spreken dan ook niet meer over een frequentie, omdat de frequentie de wisseling per seconden aangeeft. Als er dan geen wisseling is, is er dus ook geen frequentie meer.

Bij de gelijkspanning spreken we daadwerkelijk over een plus en min draad. Om het verschil tussen gelijk- en wisselspanning duidelijk te maken gebruiken we hier als voorbeeld een batterij, deze kan maar op 1 manier in een apparaat worden gezet, anders zal het apparaat niet werken vanwege de zogenaamde “Poolverwisseling”. Op een batterij staat altijd duidelijk aangegeven wat de pluspool en wat de minpool van de batterij is.

Voor gelijk- en wisselspanning worden verschillende onderdelen gebruikt. Zo zal een gelijkspanningslampje niet werken op wisselspanning en andersom. Over het algemeen wordt voor gelijkspanning een spanningsgrootte gebruikt van ongeveer 12V. Gelijkspanning wordt onder andere gebruikt in de telefonie en bij halogeenlampen. Een ander duidelijk voorbeeld voor het verschil tussen gelijk- en wisselspanning is de trafo. Een trafo transformeert wisselspanning naar gelijkspanning: het wordt met een stekker op de netspanning (wisselspanning) van 230V aangesloten, op de uitgang is dan een gelijkspanning te vinden, van meestal 12 of 8 Volt.


Waarom is er onderscheid tussen wissel- en gelijkspanning?
De meeste apparaten werken prima op wisselstroom. Dit kunnen zijn machines, motoren en bijvoorbeeld hobby en klusmachines. Voor sommige apparaten die bij gebruik van wisselstroom extra storingsgevoelig zijn, wordt bijna altijd gelijkstroom toegepast. Hierbij denken wij aan hoogwaardige medische apparatuur, radio en tv apparaten. Met gelijkstroom komen bij lage spanningen veel hogere vermogens beschikbaar. Gelijkstroom is draagbaar en verplaatsbaar te maken (accu of batterij).

Vestigingsinfo

 Hornbach Nieuwegein

Veldwade 3

3439 LE Nieuwegein

Tel.: 030 - 266 90 00

Openingstijden:
Ma–Vr: 07:00–21:00 uur
Za: 08:00–18:00 uur